De zin en onzin over het bestaan van show- en werklijnen binnen de tollers.

Tegenwoordig lijken veel (vooral beginnende) tollerfokkers hun mond vol te hebben van de zgn.   werklijnen waaruit hun toller stamt.
Waarschijnlijk hebben ze niet eens in de gaten, of interesseren zij zich niet voor het feit, dat ze hiermee het ras ernstige schade kunnen toebrengen.
Wie denkt een werkhond te hebben, moet zijn gelijk maar bewijzen door enkele diploma's te laten zien, of in ieder geval de hond echt te laten werken.
De toller is nog een vrij jong ras, waardoor het gelukkig nog niet al geheel verpest is door de aanwezige ( brood)fokkers.

Een toller werd gefokt om de mensen te helpen in hun levensonderhoud te voorzien.
De toller lokt eenden, en heeft daarvoor bepaalde uiterlijke kenmerken nodig zoals b.v . de rode kleur en een lange beweeglijke staart, een of meerdere witte aftekeningen zijn toegestaan maar niet noodzakelijk.  Na het schot haalt hij ze uit het vaak ijskoude water . Daarvoor heeft hij een goede gezondheid,bouw, dubbele vacht en bespiering nodig.
Hij moet dus een bepaalde werklust en apporteerdrift hebben om het noodzakelijke werk te kunnen doen. Maar ook de lichamelijke voorwaarden om hier uren lang mee te kunnen werken. Het maakt niet uit of hij een donkere of lichte neus heeft, of groot of klein van gestalte is. Afhankelijk van het gebied waarin de toller werkt, kan hij groot en stevig, of juist klein en ranker zijn.
Daarnaast moet hij lijken op het ideaalbeeld van de toller. De rasstandaard is hiervoor de leiddraad.
Natuurlijk bestaat er geen enkele perfecte toller, dus geven we op het ene punt toe en proberen we op andere punten te verbeteren.
Daar ons ras nog een vrij jong ras is, 100 jaar is niks binnen de tijdslijn, hebben ook bijna alle tollers nog een jacht-aanleg en werkdrift. Omdat er tot voor kort gewoon nood was aan een hond die gewoon dàt deed waar hij voor gehouden werd: werken voor de baas. Er was echt geen plaats, tijd of geld voor sentiment.
Maar net zo goed als bijna alle mensen kunnen leren lezen en sommige niet, zijn er ook tollers die het werken niet uitgevonden hebben.
Het is de morele verantwoordelijkheid van iedere fokker, om alle eigenschappen van het ras te bewaren en te proberen te verbeteren. Als je een toller hebt die OOO zo lief is, zich braaf gedraagt op wandelingen, maar voor de rest te dom is om te apporteren , en met geen stok het water in te krijgen, laat hem dan wat ie is: een fijne gezelschaps/huishond.
Haal nu niet in je hoofd dat er zonodig een nestje mee moet fokken omdat hij toevallig wel goede heupen heeft.
Andersom, goed kunnen werken en apporteren, is geen excuus om zo lelijk te mogen zijn, dat je alleen maar een G op een show kan halen. Ook zo'n hond hoort niet echt binnen de rasfokkerij thuis.
Zoals binnen een gezin met kinderen, het ene kind meer aanleg heeft voor taal misschien, en het andere voor wiskunde, kan er binnen een nest pupjes ook verschil zitten. Een goede fokker haalt de juiste karakters eruit en gaat daarmee verder.
En de persoon die een huishondje wil, wordt heel erg gelukkig met dat hondje dat wat minder wil werken.
Totdat..........deze persoon dan ineens besluit om voor de aardigheid ook maar eens een nestje te doen, want het is zo leuk. Dan worden er weer wie weet hoeveel pups geboren die geen greintje werklust hebben. We weten allemaal hoe het ras "golden retriever" zich ontwikkeld heeft. De scheiding tussen werk en show types is groot. Voor de echte tollerfokkers is dit nu echt het dreigbeeld van de toekomst.
 
Om een lang verhaal kort te maken.
Op dit moment is een toller nog een heerlijk veelzijdige hond, mooi om naar te kijken EN een plezier om mee te werken. Iedere fokker heeft de VERANTWOORDELIJKHEID om te zorgen dat al deze eigenschappen terug te vinden zijn in de pups. Waardoor de pup een waardige vertegenwoordiger van zijn ras wordt. Een hond die op tentoonstellingen heel veel goede resultaten heeft, is daarom geen slechte werker,zoals sommigen onder ons soms geringschattend zeggen.   Van de andere kant, verschillende jachtdiploma's hebben, is geen excuus om zo lelijk en weinig typisch voor het ras te mogen zijn.
Het blijft zoeken naar de beide kwaliteiten, binnen de zelfde hond, binnen hetzelfde ras. Zonder een tweedeling te maken in show en werk.
Daar ligt de uitdaging, is je dat allemaal te veel moeite, blijf je beter van ons ras af!!!!!
 
Els van de Langenberg

 

Ch Decoymans Piper Bracken
Ned Lux Duits VDH SK en Canadian Ch. Eur jeugdkamp, Worldwinner, Belgian Winner, Amsterdam Winner

Ch Decoymans Piper Bracken
12 jaar oud

Ch. Frickaduck of Great Pleasure

Ch. Beinnbhreagh's Great Pleasure
Dutch, Luxembourg, German, VDH, Canadian, Slowakian Champion, Best in Show Clubshow D.R.C. in 2002, Best Male at Crufts 2003, Res. Male at Crufts 2004

Ch. Floral-Dance of Great Pleasure

Ch. Cylas of Great Pleasure
Dutch, Luxembourg, German, VDH, DRC, Slowakian Champion, Landessieger Thüringen 2005, Europees Jeugdkampioen Tülln 2005

 Terug