Voeding

Algemene informatie over eiwitten

Voorkomen van spijsverteringsproblemen

Kieskeurige eters

Voedselovergevoeligheid

Overgewicht

Tandplak

Schrokken

Feiten en fabels over voeding van de hond


Algemene informatie over eiwitten

Wat zijn eiwitten?

Eiwitten zijn onmisbare voedingsstoffen voor de groei en herstel van het lichaam, voor de opbouw van spieren, de vacht, het afweersysteem en nog veel meer. Een lichaamscel bestaat immers gemiddeld uit 75% eiwit in de droge stof (dit betekent het vocht niet meegerekend). Een eiwittekort kan dan ook vergaande consequenties hebben. Zo kan het  bij de pup aanleiding geven tot gebrekkige weerstand, bloedarmoede, slechte groei etc.

Waaruit bestaan eiwitten?

Eiwitten bestaan uit aminozuren, waarvan er tien essentieel zijn voor de hond (12 bij pups). Essentieel wil zeggen dat deze aminozuren in de voeding aanwezig moeten zijn omdat zij niet door het lichaam zelf kunnen worden gemaakt. Niet van ieder aminozuur heeft de hond evenveel nodig en de verhouding is voor bijvoorbeeld een pup ook anders dan voor een volgroeide hond. Het is daarom belangrijk dat een voeding alle essentiële aminozuren bevat waarbij de hoeveelheid en verhouding zijn aangepast aan de levensfase van de hond.

De oorsprong van eiwitten

Er wordt onderscheid gemaakt tussen eiwitten van dierlijke en plantaardige oorsprong. Dierlijke eiwitbronnen zijn bijvoorbeeld runder- en varkenseiwitten, melkeiwitten en ei-poeder. Plantaardige eiwitten kunnen gewonnen worden uit granen zoals maïs. Maar ook biergist is een plantaardige eiwitbron. Door verschillende eiwitten in de voeding te verwerken kan een optimaal aminozuurpatroon voor de hond worden gecreëerd. 

Eiwitkwaliteit

De kwaliteit van een eiwit wordt bepaald door de aminozuursamenstelling, het zogenoemde aminozuurpatroon, en de verteerbaarheid. Sommige eiwitten zijn zo complex en bezitten op aminozuurniveau zo’n stevige verbinding dat zij tijdens de spijsvertering niet afgebroken kunnen worden. Deze eiwitten hebben dus geen voedingswaarde.

Omdat eiwit van een goede kwaliteit één van de duurste grondstoffen is, zijn er voedingen waarin slechts een minimum hoeveelheid bruikbaar eiwit is verwerkt. Voor de diverse levensfases van een hond (groei, dracht, oude dag) verschillen echter de optimale eiwitgehalten van de voeding. Het is dus belangrijk om de voeding af te stemmen op de levensfase van uw hond.

Eiwitten en de vacht

Een optimaal eiwitgehalte speelt ook een grote rol bij een mooie glanzende vacht. Hondenhaar is namelijk voor 95% opgebouwd uit eiwitten. Minimaal 30% van de eiwitten uit de voeding wordt gebruikt voor de vernieuwing van de vacht, met name tijdens de ruiperiode. Een te kleine hoeveelheid eiwit in voeding heeft dan ook zijn weerslag op de vacht. Een goede gezondheidsvoeding heeft een optimaal eiwitgehalte en heeft dus niet alleen een positieve uitwerking op bijvoorbeeld de weerstand van uw hond, maar ook op de vacht.
 

© Royal Canin Nederland BV – maart 2008                                 Omhoog


Voorkomen van spijsverteringsproblemen

Wisselen van voeding

Plotselinge wijzigingen in de voeding van uw hond, en al helemaal bij de pup, kunnen leiden tot ernstige spijsverteringsproblemen. Zodoende wordt aangeraden om de eerste dagen dat de pup bij u in huis is, dezelfde voeding te geven als de pup voorheen kreeg. Vraag aan de fokker of vorige eigenaar hoe de voeding werd gegeven (aantal maaltijden per dag, hoeveelheid) en welke voeding hij kreeg. Een goede fokker zorgt meestal voor voeding voor de eerste dagen als de pup naar de nieuwe eigenaar gaat.

Geleidelijke overgang

Als u de voeding van uw pup wilt veranderen, moet u een overgangsperiode van een week in acht nemen om de spijsvertering van de hond te laten wennen van de oude naar de nieuwe voeding. Met die overgangsperiode vermindert u het risico van dunnere ontlasting of diarree die gevolgen kan hebben voor de goede ontwikkeling en groei van de pup.

Ook in geval van wisseling van voeding bij volwassen honden en bij de overgang van junior naar volwassen voeding, is een geleidelijke voedingsovergang aan te raden.

Geef uw hond geen etensresten van uw maaltijd. Daarmee moedigt u hem aan een volgende keer bij u aan tafel te komen bedelen en eten te stelen. Bovendien verstoort humane voeding het evenwicht van de uitgebalanceerde hondenvoeding. Daarnaast geldt voor etensresten net als voor alle andere “extraatjes”, dat deze kunnen leiden tot overgewicht. Zorg ervoor dat uw hond altijd vers drinkwater ter beschikking heeft en laat hem rustig eten.

Iedere dag dezelfde voeding

In tegenstelling tot de mens zijn honden uiterst tevreden met een zekere monotonie (eentonigheid) in hun eetpatroon, wanneer de voeding maar evenwichtig en van goede kwaliteit is. Honden kunnen echter wel een voorkeur hebben voor een nieuw brokje, uitsluitend omdat dit nieuw is of maar af en toe wordt gegeven. Variatie kan echter leiden tot kieskeurigheid of een minder verdraagzaam maag-darmkanaal.

© Royal Canin Nederland BV – maart 2008                                 Omhoog


Kieskeurige eters

Reuk & Smaak

Reukvermogen en smaakwaarneming spelen een grote rol bij de acceptatie van voeding. Het reukvermogen van een hond verschilt per ras: de reuk is bijvoorbeeld minder goed bij rassen met een korte snuit. Ook het geslacht speelt een rol bij de reuk. De teef is gevoeliger voor geuren dan de reu, vooral tijdens de loopsheid. Castratie vermindert het reukvermogen zeer sterk.

De smaak is het voornaamste criterium wanneer het dier de voeding eenmaal in zijn bek heeft. De waarneming van de smaak varieert, zo proeft een teef bijvoorbeeld beter een zoete smaak dan een reu. Acceptatie hangt bovendien ook af van eerdere ervaringen; evenals de mens “proeft” ook de hond zijn herinneringen!

Rust & ruimte

De manier waarop de voeding wordt gegeven heeft ook invloed op de acceptatie. Over een hond heen buigen is voor een hond een dominant gebaar. Als de eigenaar tijdens het eten over de hond heen gebogen staat om te kijken of de hond de voeding lekker vindt, kan de hond zich hierdoor dus onderdanig gaan gedragen en de voeding laten staan voor “de hogere in rang”: de eigenaar. Geef de hond dus rust en ruimte tijdens het eten.

Consequent zijn

Als een hond zijn gebruikelijke voeding weigert, kan dit een teken zijn van ziekte. Als dit één keertje is, is dat niet zo erg. Iedereen heeft wel eens een verminderde eetlust. Eet een hond meerdere dagen slecht of helemaal niet, dan is het, zeker bij een pup, belangrijk om na te gaan of dit met gezondheidsproblemen te maken heeft.

Regelmatig heeft het niet willen eten echter niets te maken met de gezondheid. Het kan bijvoorbeeld zijn dat de hond simpelweg op zoek is naar voeding met een hogere “sociale waarde”, zoals voeding die hij van tafel krijgt door te bedelen. Ook een hond in de puberteit kan lange tijd slecht of niet willen eten, simpelweg omdat deze aan het uittesten is of hij zijn baas zover krijgt om iets anders te geven. In deze gevallen moet men niet toegeven aan de grillen van de hond: consequentie is hierbij het sleutelwoord. Bied de hond op vaste tijden  de voerbak aan en haal deze na 15 minuten weg, ongeacht of de hond deze leeg heeft gegeten. Op het volgende tijdstip van voeren kan dan opnieuw de voeding worden aangeboden. Wees hierin strikt, want ook hier geldt het spreekwoord: de aanhouder wint!

Zielig?

Er zijn mensen die het zielig vinden om hun hond dag in dag uit dezelfde voeding te geven. Dit is echter een “antropomorfische”, ofwel menselijke gedachten. Wij denken, omdat wij niet graag iedere dag hetzelfde eten, dit ook voor onze hond geldt. Niets is echter minder waar: honden vinden het niet erg als de voeding nooit wordt veranderd. Belangrijk is natuurlijk wel dat deze evenwichtig is en voldoet aan hun voedingsbehoeften.

Onbekend maakt (on)bemind

De spontane voorkeur voor een nieuwe en onbekende voeding (neofilie), hangt af van het voedingspatroon wat er aan vooraf is gegaan: naarmate de hond langer dezelfde voeding heeft gekregen zal hij een langer durende voorkeur hebben voor een nieuwe voeding.

Hoe vaker wordt gewisseld van voeding, hoe korter de hond de voeding spontaan zal eten, hoe kieskeuriger hij dus wordt.

© Royal Canin Nederland BV – maart 2008                                      Omhoog


Voedselovergevoeligheid

Klachten

Bij huidklachten of problemen van het maag-darmkanaal vallen regelmatig de termen voedselovergevoeligheid, -allergie of -intolerantie. Dit is echter in lang niet alle gevallen de oorzaak van de klachten. Een overgevoeligheid voor voeding komt namelijk helemaal niet zo vaak voor bij honden en katten. Indien toch juist uw hond er last van heeft: de aandoening is zelden levensbedreigend. Daarbij komt dat als u er de tijd voor neemt om uit te zoeken wat precies de oorzaak is en vervolgens de juiste voeding geeft, uw hond nog jarenlang van een gezond leven kan genieten.

Symptomen die kunnen duiden op een overgevoeligheid zijn:
Huidklachten

·         Jeuk

·         Huidontsteking

·         Regelmatig terugkerende oorontsteking

Maag-darmproblemen

·         Diarree

·         Braken

·         Winderigheid

·         Buikpijn

Raadpleeg altijd uw dierenarts indien uw hond één van bovenstaande verschijnselen vertoont. De klachten zijn namelijk niet specifiek en kunnen dus ook optreden bij andere (ernstige) aandoeningen.

Wat is voedselovergevoeligheid?

Voedselovergevoeligheid is de verzamelnaam voor klachten die worden veroorzaakt door een allergie of intolerantie met betrekking tot voeding.

Het ontstaat wanneer een hond overgevoelig is voor een bepaald bestanddeel in de voeding. De klachten van een allergie en intolerantie kunnen hetzelfde zijn, in het lichaam is echter het verschil dat in het eerste geval het immuunsysteem wordt geactiveerd. Meestal treedt een allergie op voor een bepaald eiwit zoals rundvlees, eieren of lamsvlees. Bij intolerantie kan het bijvoorbeeld gaan om lactose (melksuiker) dat de betreffende hond dan moeilijk kan verteren. Onverteerde lactose in het spijsverteringskanaal kan diarree veroorzaken.

De voeding

Overgevoeligheidsreacties kunnen binnen enkele minuten optreden, maar ook pas na enkele uren of dagen. Dat maakt het ook zo moeilijk om te bepalen waarop de hond precies reageert.

Elk ingrediënt dat uw hond wel eens eerder heeft gegeten, kan in principe een voedselovergevoeligheid veroorzaken. Het feit dat een hond overgevoelig reageert op de voeding, zegt overigens niets over de kwaliteit van de voeding. De hond kan een bepaald ingrediënt van de bewuste voeding gewoon niet goed (meer) verdragen. Voor andere honden levert dezelfde voeding geen enkel probleem op.

Externe factoren

Er zijn ook veel externe factoren die overgevoeligheid kunnen veroorzaken. Een bekend voorbeeld is vlooienallergie. De hond hoeft hiervoor geen vlooien te hebben: een “verdwaalde” vlo van een speelkameraadje of kat kan al reacties oproepen. Maar ook bepaalde planten of het wasmiddel van het hondenkleed kunnen zorgen voor klachten als huidirritatie en jeuk.

© Royal Canin Nederland BV – maart 2008                              Omhoog


Overgewicht

Conditie van de hond

Honden die meer energie opnemen dan dat ze verbruiken, krijgen last van overgewicht. Dit teveel aan energie kan veroorzaakt worden door te veel tussendoortjes, maar ook gewoon doordat de hond te veel brokken eet. Daarom is het belangrijk om de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid die op de verpakking staat als richtlijn aan te houden. De precieze hoeveelheid voeding per dag moet dus worden afgestemd op de conditie van de hond.

Een gemakkelijke manier om te controleren of een hond overgewicht heeft, is zijn ribben te voelen door met een vlakke hand over de borstkas te strijken. Als u de ribben niet of met moeite kunt voelen, dan is uw hond te zwaar.

 Klik hier voor een conditiescorekaart

Risico’s van overgewicht

Honden met overgewicht leven meestal minder lang en zijn vaak minder gezond dan soortgenoten die een optimaal gewicht hebben. Want ook honden kunnen allerlei aandoeningen krijgen als gevolg van overgewicht. De belangrijkste risico’s en problemen van overgewicht zijn:

·         Bewegingsproblemen en gewrichtsaandoeningen

·         Verhoogd risico op suikerziekte

·         Leveraandoeningen

·         Hart- en ademhalingsproblemen

·         Grotere risico’s bij operaties en narcose

Maar ook heeft een te zware hond vaak verminderde weerstand tegen infecties, een beperkt uithoudingsvermogen en een slechte huid- en vachtconditie.

Castratie

Het gewicht van de hond neemt meestal toe na castratie (of sterilisatie), ook als de hoeveelheid voeding van de hond niet is veranderd. Dit kan komen omdat de hormoonhuishouding van het lichaam na castratie verandert en de hond wat minder actief wordt en daardoor minder calorieën nodig heeft. U kunt om overgewicht te voorkomen de hoeveelheid voeding van uw hond na castratie met 10 tot 20% verminderen of over gaan op een voeding met een lager energiegehalte (light-voeding). 

Preventie

Het klinkt logisch, maar om overgewicht te voorkomen of er van af te komen, is het belangrijk om de hond voldoende beweging te geven. Om af te vallen is het tevens belangrijk de voeding aan te passen. Een light gezondheidsvoeding bevat minder calorieën dan de reguliere voeding voor volwassen honden, maar heeft wel genoeg eiwitten om de spiermassa te behouden. Tegelijkertijd hebben deze gezondheidsvoedingen ook een hoog vezelgehalte om het hongergevoel tegen te gaan.

© Royal Canin Nederland BV – maart 2008                                  Omhoog


Tandplak

Tandplak ontstaat doordat bacteriën, die leven van voedingsresten, een afzetting op het tandoppervlak vormen. In combinatie met calcium uit de voeding kan tandplak leiden tot  tandsteen. 

Ontstekingen

De bacteriën die in tandsteen zitten, tasten geleidelijk het weefsel rondom de wortels van de tanden en kiezen aan waaronder ook het tandvlees. Naast een slechte adem kunnen tandplak en tandsteen dus ook tandvleesontsteking veroorzaken, wat in extreme gevallen zelfs tot uit uitvallen van tanden en kiezen kan leiden.

Kleine honden

Vooral honden van kleine rassen hebben aanleg voor tandplak en tandsteen. Hun tanden en kiezen zijn namelijk in verhouding tot hun kaak iets groter dan bij honden van grote rassen. Daardoor is de ruimte tussen de tanden en kiezen kleiner waardoor er makkelijker voedingsresten kunnen achterblijven. En juist die voedingsresten voeden dus de bacteriën die verantwoordelijk zijn voor het ontstaan van tandplak. Overigens kan het geven van tussendoortjes die niet voor de hond bestemd zijn, ook tandplak en tandsteen bevorderen.

Effecten van voeding

Voeding kan helpen de vorming van tandplak en tandsteen tegen te gaan. Dit kan op meerdere manieren.

Als de vorm en samenstelling van de brokken is aangepast aan de grootte en kenmerken van de schedel en kaken van de hond, zorgen deze ervoor dat de tanden van de hond diep in de brokken kunnen doordringen. Tijdens het kauwen schuurt de brok dus langs de tanden waardoor een poetseffect ontstaat.

Zoals hierboven al is vermeld, is calcium medeverantwoordelijk voor het ontstaan van tandsteen uit tandplak. Een aantal gezondheidsvoedingen bevatten daarom ingrediënten die het calcium in de mondholte binden. Deze natriumpolyfosfaten worden ook veel gebruikt in tandpasta en andere producten voor mondhygiëne bij mensen. 

Daarnaast is het van belang om regelmatig de tanden van uw hond te poetsen. Gebruik hiervoor dan wel een speciale tandenborstel en hondentandpasta (i.v.m. fluoride geen humane tandpasta gebruiken!). Deze zijn verkrijgbaar bij de dierenarts en dierenspeciaalzaak. 

Het tandenpoetsen vergt natuurlijk enige oefening. Geef de hond er de tijd voor om eraan te wennen. Uw dierenarts kan u informeren over tandplak- en tandsteenpreventie en kan eventueel door een ultrasone behandeling het gebit reinigen.

© Royal Canin Nederland BV – maart 2008                                        Omhoog


Schrokken

Schrokken is het té gulzig eten, en helaas een veel voorkomend probleem. Soms ontstaat het gedrag al op zeer jonge leeftijd: als de pups in het nest uit één bak gevoerd worden, moeten ze snel zijn voordat broertjes of zusjes de bak voor hun neus leegeten. Ook op latere leeftijd kan dit gedrag ontstaan als bijvoorbeeld meerdere dieren aanwezig zijn tijdens het eten en de hond “bang” is dat een ander dier zijn voeding wil opeten. Sommige rassen, zoals de Labrador Retriever, staan erom bekend dat ze “schrokoppen” kunnen zijn.

Schrokken en spijsverteringsproblemen

Als een hond schrokt dan heeft dat een nadelige invloed op de spijsvertering. De brokken komen immers vaak heel in de maag. Ook kan de hond tijdens het schrokken lucht naar binnen happen. Winderigheid kan dan ook het gevolg zijn van schrokken. Uiteraard is het voor het gebit ook beter als de hond op de brokken kauwt.

Tevens wordt door schrokken het risico van maagkanteling vergroot. Bij een maagkanteling, ook wel maagtorsie genoemd, draait de maag in de buikholte. Hierdoor zijn de toe- en afvoerwegen van de maag geblokkeerd terwijl de vertering (gasvorming!) wel doorgaat. Als een hond een maagtorsie heeft zijn de verschijnselen een hoge speekselproductie en loos braken (het lijkt of de hond overgeeft, maar er komt niets uit). Daarnaast kan de buikholte door gasproductie in de maag uitzetten. Bij dergelijke symptomen is het van groot belang direct een dierenarts te raadplegen. Een maagtorsie is namelijk een levensbedreigende situatie welke met spoed deskundige hulp vereist.

Rustig leren eten

Een hond leren om rustig te eten, is makkelijker gezegd dan gedaan. Maar met onderstaande tips kan de rust tijdens het eten terugkeren:

·         Plaats de voerbak op een standaard. De hond kan hierdoor de brokken minder makkelijk “achter in zijn keel gooien”. Ook zal hij dan minder lucht slikken bij het eten van de brokken.

·         Indien andere honden in het gezin aanwezig zijn, voorkom dan voernijd door de dieren apart te voeren.

·         Om het schrokken nog verder te beperken kun u een omgekeerd schoteltje of een grote, afgeronde, steen in de voerbak leggen. De hond moet dan om het voorwerp heen eten waardoor schrokken wordt bemoeilijkt. Let wel op dat de hond niet te enthousiast met zijn hoofd in de bak gaat, en zich bezeert, als dit voor het eerst in de bak ligt!

·         Een andere optie is om de brokken niet in een voerbak aan te bieden maar ze rond te strooien. De hond moet dan zoeken naar de brokken. Een activity-ball of kong* hebben een vergelijkbaar effect. Deze zijn verkrijgbaar bij de dierenspeciaalzaak.

Verwacht niet dat uw hond ineens rustig gaat eten en op zijn brokken gaat kauwen. Geef uw hond de tijd om te leren dat hij alle tijd heeft om zijn bak ongestoord leeg te eten.

* een bal of semi-rond voorwerp waar je brokken in kan stoppen; door de gaten erin komen de brokken naar buiten rollen, elke keer dat uw hond de bal of kong met zijn neus of poot aanstoot.

© Royal Canin Nederland BV – maart 2008                                            Omhoog