Flyball

Flyball is ook een hondensport die, zoals de meeste hondensporten, nog vrij jong is. Het is pas ontstaan tegen het einde van de vorige eeuw. Eind jaren 70 van de vorige eeuw was er in California een zekere Herbert Wagner die een apparaat construeerde dat ballen kon lanceren. Dit apparaat had alleen ten doel zijn honden voldoende beweging te kunnen geven. Al spoedig echter kreeg dit apparaat bekendheid, werd het aangepast en ontstond er rond dit apparaat een sport. Een sport, flyball genaamd, die in de daarop volgende jaren 80 tot grote bloei kwam.

Een flyballbaan bestaat uit een start/finish lijn, vier in een lijn geplaatste gelijke hindernissen en het ballen lanceer apparaat de z.g. "box". De box bezit een soort pedaal dat, indien het wordt ingedrukt, een bal lanceert. Een helper, de ballenlader, zorgt er voor dat de box steeds opnieuw wordt geladen met een bal. Alle afstanden tussen de startlijn, de hindernissen en de box zijn voorgeschreven

De hond loopt vanaf de start/finish lijn richting box en moet daarbij over de vier hindernissen springen. Bij de box aangekomen moet de hond het pedaal indrukken waardoor een bal wordt gelanceerd, de bal opvangen en dezelfde weg weer terug afleggen. Zodra de start/finish wordt gepasseerd mag de volgende hond de baan op. Indien een hindernis wordt gemist of de hond zonder bal aankomt moet de hond het traject overdoen. Het team dat het eerste klaar is wint de race.
 

Flyball is een echte team sport. Bij elke race wordt er gestreden tussen twee teams met elk vier honden en hun begeleiders. Een compleet team bestaat echter uit zes honden zodat er bij elke race honden worden gewisseld.
In Nederland mogen in elk team niet meer dan twee honden van hetzelfde ras voorkomen. De hoogte van de hindernissen is 10 cm. lager dan de schofthoogte van de kleinste hond van een team echter wel met een minimum van 20 cm. en een maximum van 40 cm.

In de flyball sport bestaan er drie klassen.
De A, B en C klasse. De A klasse is voor de meest snelle teams. Om ingedeeld te kunnen worden in een klasse moet men voor aanvang van het seizoen enkele kwalificatie wedstrijden lopen. Een team dat zich niet weet te kwalificeren kan dat seizoen niet meer meedoen met de competitie. Zij mogen overigens wel meedoen aan wedstrijden maar dan alleen nog voor de z.g. dagprijs.



 

 

 

 

 

Om tot hoge prestaties te komen is ook taktiek nodig. Het kan belangrijk te zijn hoe de start volgorde van de vier honden van een team wordt gekozen. Welke honden komen snel op gang, welke hebben een aanloopje nodig, welke kunnen elkaar hinderen indien zij elkaar op start/finishlijn tegenkomen. Allemaal zaken die mee kunnen spelen voor het eindresultaat.

 

Foto's: Gilly van Ellen van Oosten