Dog Frisbee
Iedereen kent natuurlijk de ronde schijf, de frisbee.
Maar dat er net als met een bal, vele verschillende sporten
met deze schijf op wedstrijdniveau kunnen gedaan worden is
voor velen minder bekend.
In het dogfrisbee kennen we verschillende disciplines, al
worden deze disciplines meestal wel door de spelers
gecombineerd.
Afhankelijk van het gespeelde format kunnen de namen en de
regels wel eens verschillen, maar we kunnen de disciplines
steeds in twee groepen onderverdelen :
![]() |
Afstandsworpen:
Hier is het de bedoeling om telkens met één frisbee over een
afstand te werpen en de hond de frisbee te laten vangen. Er wordt steeds het onderscheid gemaakt tussen Long Distance, waar de hond slechts één maal zo ver mogelijk moet vangen, of Mini Distance, waar de hond binnen een bepaalde tijdspanne meerdere frisbees moet vangen. MiniDistance, tegenwoordig eerder Toss & Fetch genoemd, is één van de officiële onderdelen binnen het DogFrisbee.Het is wellicht de eenvoudigste, en zeker de discipline die het vlugst toegankelijk is voor beginners. |
Ook bij LongDistance wordt er slechts met één frisbee gewerkt. Hier krijgt de speler drie kansen om de frisbee zo ver mogelijk te werpen, terwijl de hond de frisbee nog effectief vangt. De verste afstand van de drie pogingen telt als puntenscore.
Freestyle: In het dogfrisbee is het Freestylen met de hond de spectaculairste discipline. Hier geef je met je hond en met een aantal frisbees (5 à 10 schijven) een swingende show weg voor een jury, die op basis van verschillende aspecten deze show zal beoordelen. Afhankelijk van welke wedstrijdformat zullen diverse punten beoordeeld worden, zoals werptechniek, showmanship, diskmanagement, atletisch vermogen, vindingrijkheid, catch ratio, etc.”
Naast de
klassieke dogfrisbee-wedstrijden waar vooral
freestyle en mini / long -distance
wordt gecombineerd, zijn er nog een aantal variaties op
dogfrisbee die stilaan hun eigen leven gaan leiden :
Dogdartbee:
Dit is een combinatie
van darts en dogfrisbee. Het is de bedoeling dat je hond de
frisbee vangt op een groot dartsveld dat op de grond
getekend is.
Van op een afstand van 15 meter wordt geworpen en
afhankelijk van het vak waarin de voorpoten van de hond
landt, scoor je punten.
Per ronde krijgt men drie werpbeurten om zo veel mogelijk
punten te halen.
Hot
Zone: Dit is de
recentste variant, waar het speelveld in zes vlakken
onderverdeeld wordt. Het is de bedoeling om zo vlug mogelijk
in de zes zones een schijf te vangen, en dat in welbepaalde
volgorde.
De schijf dient evenwel in volle vlucht gevangen te worden.
Flybee: Hierbij
gaat het om een combinatie tussen Frisbee en Flyball.
Bij Flybee strijden twee teams tegen elkaar.
Het is de bedoeling dat de frisbee over een lijn wordt
gegooid en dat de hond hem daar vangt.
De hond moet de gevangen frisbee terugbrengen tot over de
startlijn. Pas als de eerste hond terug is, mag de volgende
frisbee gegooid worden.
Het gaat erom, dat een team zo snel mogelijk zoveel mogelijk
gevangen worpen heeft, die goed zijn teruggebracht.
Quadruped: Bij
Quadruped gaat het er ook om hoe ver de hond de frisbee kan
vangen. Groot verschil met de LongDistance is hier dat teams
tegen elkaar gooien in een afvallingswedstrijd waarbij de
dichtste worp telkens afvalt. Na de afvallingskoers stoot
men door naar de finale, waar uiteindelijk de winnaar
bepaald wordt.
Dogfrisbee Obstacle Course : De frisbee wordt geworpen door toestellen en daarna opgevangen door de hond.
TrainingHet doet een hond van
11 maand geen zeer om eens een keertje een sprongetje te
wagen.
Maar bent u 100% zeker dat die frisbee enkel een klein
sprongetje nodig zal hebben en bent u zeker dat uw pup ook
correct zal neerkomen ?
Frisbee is zodanig onvoorspelbaar dat met honden jonger dan
15 maanden NOOIT risico’s mag genomen worden en dus nooit
met de frisbee in volle vlucht mag gesprongen worden.
Deze stelling staat jammer genoeg niet helemaal gelijk met
de reglementen van sommige dogfrisbee-instanties, maar is
zeer weloverwogen en gesteld na grondige evaluatie door
dierenartsen en hondenspecialisten. Als u een toekomstige
dogfrisbee-carriere overweegt, zorgt u in de eerste plaats
ervoor dat uw pupje graag achter rollers holt, goed onder
controle is, en zeker een grondige coördinatietraining
krijgt.
En die 15 maanden gebruikt u natuurlijk om zélf een
grootmeester te worden in het frisbeewerpen.
om te beginnen een paar rollertjes.Ook na het frisbeeën is het uit den boze om je hond
onmiddellijk in een bench te zetten.

Begin nooit met frisbees te smijten vooraleer je zelf en je
hond opgewarmd hebt.
Zelf kan je zonder opwarming verrassend snel een spier
verrekken, enkel maar door te werpen.
Je hond zal onmiddellijk in overdrive naar de frisbee gaan,
dus zorg eerst voor lichte opwarming waardoor ook zijn
spieren warm zijn voor te beginnen.
Een goede opwarming kan bestaan uit een stukje stappen of
draven, het inoefenen van enkele trucjes (bijvoorbeeld een achtje
door je benen), en
Geef hem de kans om eerst rustig uit te stappen zodat het
melkzuur uit de spieren kan afvloeien en de hond kan
afkoelen.
Aangezien er twee verschillende groepen van disciplines
zijn, moet je je ook tijdens de training bewust zijn
waarvoor je traint.
Wil je trainen voor afstandsworpen (Mini Distance of Toss &
Fetch), dan is het kwestie om met één frisbee te werpen en
deze te laten terugbrengen.
Train je voor Freestyle is het belangrijk om steeds met
meerdere schijven te werken en nooit die frisbee te werpen
die terug gebracht werd.
Een goed idee is om je training na de opwarming aan te
vangen met enkele afstandsworpen, en daarna te beginnen
Freestyle-trainen.
Zeker voor de Freestyle is het belangrijk dat je hond fris
is omdat dit veruit het moeilijkste en meest belastende
onderdeel is.
Eventueel als je wil, kan je de training nog besluiten met
een rondje Mini Distance.
| Uiteraard wordt
er bij Dogfrisbee enkel op een positieve manier getraind.
Dit impliceert dat we de hond nooit gaan corrigeren of straffen, maar enkel gaan belonen voor gewenst gedrag. Een hond met voldoende werklust (will to please) zal al vlug doorhebben wat hij moet doen om zijn beloning te krijgen. Die beloning kan snoep zijn, maar ook gewoon lovende woorden, een streeltje, of … een frisbee. Persoonlijk verkiezen we om te trainen via operante conditionering, maar halen slechts zelden een clicker boven. De meeste honden zijn zodanig gek van een frisbee, dat ze amper nog interesse tonen voor voedsel. |
![]() |
We verkiezen om te belonen met een soort van
clickerwoord (bijv.
“Good Boy”)
waarna er telkens een gevarieerde beloning volgt.
Dit kan dus een streel zijn, of een frisbee.
Maar zoals gezegd, kan je de meeste honden nog maar op één
manier belonen eens je een frisbee bovenhaalt …
Toch moet je ook oppassen dat dogfrisbee géén doggydance met
een frisbee wordt.
Werk er altijd naar toe dat de frisbee een wezenlijk
onderdeel van je oefening blijft, en dat het niet een
oefening wordt waarachter een frisbee geworpen wordt.
Vele juryleden zijn hier namelijk bijzonder allergisch aan.
Operante conditionering
is een term die komt uit de psychologie en staat voor het
vrijwillig leren door motivatie en beloning.
Aangezien een frisbeeworp een bijzonder onvoorspelbare
vlucht heeft, en aangezien vele honden bij het zien ervan in
zeer hoge drift gaan, zijn ongevallen bij dogfrisbee nooit
veraf.
Het minste zuchtje wind kan ervoor zorgen dat de hond zijn
sprong naar de frisbee misrekent en daardoor erg pijnlijk
zou neerkomen.
De
meeste honden vinden een vliegende frisbee geweldig en
hebben enkel oog voor het vliegende projectiel.
Om mogelijke ongevallen zo veel mogelijk te vermijden of
beter nog uit te sluiten, proberen we énkel met onze hond te
frisbeeën in zo ideaal mogelijke omstandigheden.

-
Werptechniek :
Een feilloze techniek van de handler is cruciaal.
Zolang men een frisbee niet perfect binnen één meter kan
laten belanden zijn frisbeeworpen mét hond eigenlijk uit den
boze.
Je kunt natuurlijk al beginnen met de hond trucjes aan te
leren, uit je hand de frisbee te laten vangen, of de frisbee
al rollend over de grond te laten rollen.
Frisbee bestaat uit een onnoemelijk aantal worpen, die je
altijd eerst oefent zonder hond en pas gaat gebruiken met
hond nadat je deze perfect onder de knie hebt.
- Terrein :
Alvorens te beginnen dien je ALTIJD eerst
het terrein te verkennen.
Liggen er geen scherpe of andere gevaarlijke voorwerpen op
het terrein waaraan de hond zich kan kwetsen ?
Is het terrein helemaal vlak, dus geen putten of molshopen ?
Vermits de hond steeds naar boven zal kijken terwijl de
frisbee vliegt, is het van het grootste belang dat het
terrein helemaal vlak is.
Zelfs kleine putjes kunnen reeds voor ernstige verrekkingen
zorgen.
- Weersomstandigheden :
Ga liefst niet frisbeeën als het té warm is.
Dogfrisbee is zeer intensief voor uw liefste viervoeter, en
bij warm weer zal deze niet altijd op tijd de handdoek in de
ring gooien. Zorg bij warm weer ook altijd voor water.
Let natuurlijk ook op bij wind, die bij frisbee zowel je
vriend als grootste vijand kan zijn.
In hetzelfde kader is het belangrijk om enkel met de juiste
schijven te gooien.
Een goede dogfrisbee is NIET duurder dan
een gewone frisbee uit de winkel, integendeel.
Het is belangrijk dat de schijf zacht genoeg is, zodat de
hond zijn tanden niet kan pijn doen.
Hoe harder de beet van de hond, hoe zachter de schijf zou
moeten zijn.
Bron en voor meer
informatie:
http://www.dogfrisbee.info

