Leer uw Toller naast de fiets lopen
Beweging tijdens de groei
Geen onverantwoorde beweging
Ondanks het feit dat lichaamsbeweging onmisbaar is voor de ontwikkeling van de spieren van een jonge hond, kunnen onverantwoorde bewegingen leiden tot schade aan het skelet en de gewrichten. Vermijd dus onverantwoorde bewegingen!
Met onverantwoord wordt bedoeld:
|
· Te lange
en te zware wandelingen voor de pup; laat een hond maximaal 5 minuten aaneengesloten bewegen, per maand dat de hond oud is. Deze hoeveelheid beweging kan wel meerdere malen per dag, mits de hond tussendoor voldoende rust krijgt. Bijvoorbeeld: een pup van 4 maanden: 4x5 = maximaal 20 minuten beweging achter elkaar. · Het lopen aan de fiets; een hond kan naast de fiets niet zijn eigen tempo bepalen, waardoor het voor een pup een te zware inspanning kan zijn zonder dat u dit door heeft. |
|
· Pups te vroeg trap laten lopen of ergens op of af laten springen; laat een pup dus ook niet in- of uit de auto springen maar til hem erin en eruit.
· Spelen met andere honden; natuurlijk is spelen goed voor de ontwikkeling en socialisatie, maar spelen met andere (zeker grotere honden dan uw pup) kan een belasting vormen voor de gewrichten. Let er dus op dat uw pup niet te lang en te wild speelt met andere honden.
· Pups achter een bal aan laten rennen; het plotselinge draaien en remmen kan nog moeilijk worden opgevangen door de spieren en gewrichten van een pup.
· Het spelen en rennen op een gladde ondergrond; denk hierbij aan een laminaatvloer, maar ook nat gras is bijvoorbeeld erg glad. De poten van uw pup kunnen op een gladde ondergrond in een positie glijden die slecht is voor de gewrichten.
Socialisatie
Belangrijk is dat een pup op jonge leeftijd went aan diverse
situaties die hij in zijn verdere leven kan tegen komen. Het
is dus belangrijk om een pup overal mee naar toe te nemen.
Zo doet hij veel indrukken op. Als het te ver of te lang
lopen is, draag de pup dan, bijvoorbeeld in een speciale
draagzak of rugzak. Ook een hondenkar of “bolderkar” kan,
zeker bij zwaardere of al iets oudere pups, uitkomst bieden.

Laat in het kader van socialisatie, de pup wel alvast kennismaken met traplopen en lopen naast de fiets. Op volwassen leeftijd is dit namelijk veel moeilijker aan te leren. Hierbij geldt dan wel: oefen dit beperkt en zorg er bijvoorbeeld voor dat uw hond rustig de trap afloopt.
© Royal Canin Nederland BV – maart 2008
Leer uw Toller naast de fiets lopen
Nederland en België
zijn bij uitstek geschikte landen om te fietsen. Daar
wordt dan ook dankbaar gebruik van gemaakt. Niet alleen is
een fiets een heel praktisch vervoermiddel, ook ziet u
tijdens het fietsen veel meer van de omgeving dan in de
auto en bovendien is het erg goed voor onze gezondheid. Nu
zijn Tollers heel goed te combineren met een gezellig stuk
fietsen met de hele familie, of om gezellig met z’n
tweetjes op pad te gaan.
Daarvoor zijn er
diverse manieren. Er zijn tegenwoordig hele mooie
fietskarretjes te koop. U kunt uw Toller heel gemakkelijk
leren om daar tijdens de rit op zijn gemak in te blijven
zitten. Maar of dit nu bevorderlijk is voor zijn conditie,
waag ik te betwijfelen. U kunt de actievere Toller (en dat
zijn ze natuurlijk allemaal!) prima leren om naast de
fiets mee te lopen.
Het wennen aan de fiets.
![]() |
Het wennen aan de
fiets is het makkelijkst met een pup of een jonge hond.
Vooral de inprentingsfase is heel geschikt om het pupje
vast te laten wennen aan dat enge ding dat zo gemakkelijk
omvalt en een vreemd geluid maakt als het beweegt. Maar
een wat oudere hond is ook heel goed nog iets aan te
leren. Natuurlijk begint u niet een hond van 12 jaar nog
eens te leren lopen naast de fiets. Dan is het te laat. U begint heel simpel de fiets neer te zetten in de tuin. Laat uw hond er aan snuffelen en laat de fiets daar rustig staan zonder er verder iets mee te doen totdat uw hond de fiets net zo normaal vindt als bijvoorbeeld de tuinstoelen. Een hond die erg angstig reageert op de fiets, kunt u lokken met een brokje of een speeltje. Op het moment dat hij het dichtste bij de fiets is, wordt hij uitbundig beloond en speelt u even met hem. Dwing hem niet om dichter naar de fiets toe te gaan dan hij zelf wil door hem bijvoorbeeld in zijn nekvel te grijpen, dat zal alleen maar averechts werken. Gaat dit goed, begin dan langzaam de fiets heen en weer te wiebelen op het moment dat hij naar de fiets kijkt. Zorg er |
natuurlijk wel voor
dat de fiets niet kan vallen, want dan moet u weer
van voren af aan beginnen. Ga hier weer mee door totdat uw Toller ook dit heel normaal vindt en dichtbij komt terwijl
u met de fiets wiebelt. Laat uw hond niet naar de fiets
bijten of er tegenop springen. Als hij dit onderweg ook
zou doen, zijn de gevolgen misschien niet te overzien.
De volgende stap is
het mee naar buiten nemen van de fiets en de hond. Het is
gemakkelijk als er iemand met u mee gaat zonder fiets, die
kan ingrijpen en de hond overnemen als dat nodig is. U
neemt de fiets nu aan uw linkerkant (voor de meeste mensen
enigszins onhandig, maar wel noodzakelijk) en uw hond
aangelijnd aan de rechterkant. U loopt nu zelf tussen de
hond en de fiets in.Doe de hond niet aan de slipketting,
maar het liefst aan een gewone leren halsband, die zo
strak zit dat hij zijn kop er niet uit kan trekken. De
slipketting is gevaarlijk tijdens het fietsen.
Loopt uw hond rustig
mee, dan stapt u op de fiets en stept een klein stukje
terwijl u de hond aangelijnd rechts houdt. Honden naast de
fiets lopen altijd aan uw rechterkant. Dit zorgt ervoor
dat u tussen uw hond en het voorbijrijdende verkeer rijdt.
Dat is veel veiliger voor de hond.
Met pups en jonge
honden kunt u nu even niet verder maar herhaal het laatste
deel regelmatig (als het kan iedere week) zodat uw hondje
dit een heel gewone zaak vindt.
Wanneer kunnen we echt stukken
gaan fietsen?
Het lopen naast de
fiets in constant hetzelfde tempo en op de harde
ondergrond is heel erg belastend voor uw hond. Het stelt
hoge eisen aan hun botten, gewrichten, pezen, spieren en
natuurlijk aan hun conditie. Om dit te kunnen doen moet uw
hond dan ook volledig uitgegroeid zijn. De gemiddelde
leeftijd waarop u met uw Toller kunt gaan fietsen kunnen
we stellen op één jaar. De meeste Tollers zullen dan
dusdanig uitgegroeid zijn dat zij het lichamelijk aan
kunnen.
Let er natuurlijk wel
op dat uw Toller niet te dik is, zet hem desnoods eerst op
een dieet. Heel belangrijk is ook dat u zeker een uur voor
het fietsen uw hond géén eten geeft. U gaat zelf toch ook
niet op een volle maag trimmen? Het is ook verstandig om
na het fietsen minimaal een uur te wachten met voeren. Dan
is hij weer volledig uitgerust. Te kort voor of na grotere
inspanning eten kan een maagdraaiing veroorzaken die vaak
dodelijk is.
Begin in een rustige omgeving.
|
Gaat u voor het eerst
echt een stukje met uw Toller fietsen, zoek daar dan een
lekker rustig plekje voor. Begin niet in een winkelstraat
of op een drukke verkeersweg. Als het dan fout gaat kunt u
gewoon uw hond laten schieten als hij bijvoorbeeld
plotseling in de remmen gaat of iets dergelijks. Neem de
lijn op een dusdanige manier in uw hand dat u hem zo los
kunt laten. Wind hem dus niet om uw hand of pols heen, dan
zou u gemakkelijk van uw fiets gelanceerd kunnen worden
als hij bijvoorbeeld een kat ziet aan de overkant van de
straat. De lengte van de lijn moet dusdanig lang zijn dat
de kop van uw hond ongeveer maximaal komt waar uw
achterwiel is. Op deze manier kan uw hond nooit voor- of
achterlangs uw fiets naar de andere kant lopen en zo
ongelukken veroorzaken. Begin nu rustig alleen maar rechtuit te fietsen. Geef het volg-commando. Uw Toller zal waarschijnlijk de neiging hebben om naar rechts te lopen, zover mogelijk bij dat rare ding vandaan. Spreek uw hond bemoedigend toe en laat hem niet te ver van u aflopen. Houd de lijn kort. Loopt hij ook maar één moment netjes, prijs hem dan uitbundig. Probeer door tegen hem te praten, de aandacht van uw hond op u gericht te krijgen. |
![]() |
Het gemiddelde
looptempo van een hond naast de fiets is 10 tot 15
kilometer per uur. Dit is niet eens zo heel erg snel, maar
dit is een tempo dat de meeste honden erg lang vol kunnen
houden. Zorg er wel voor dat uw hond draaft en niet over
gaat in galop. Dat is voor een hond een moordend tempo
terwijl de draf regelmatiger en goed vol te houden is.
Gaat uw hond toch in galop houd hem dan in.
Pas als rechtuit
fietsen goed gaat mag u doorgaan naar de volgende stap.
Het nemen van de
bochten.
Nu wordt het tijd om
wat bochten te gaan oefenen. Begin met het nemen van een
bocht naar links. Uw hond heeft dan de buitenbocht en het
risico dat u over hem heen fietst is dan klein. Zorg er
voor dat hij wel bij u blijft en niet achterblijft. Spoor
hem zonodig aan het tempo iets te verhogen en praat tegen
hem. Als hij naar u kijkt kan hij het ook meteen zien
wanneer u een andere kant op fietst.
Vóór een bocht naar
rechts moet u weer de aandacht van uw hond vragen. U neemt
de lijn nog iets korter in uw hand zodat zijn snuit niet
tussen uw voorwiel in kan komen. De eerste bochten die u
neemt zijn nog heel flauw. Later neemt u de bochten steeds
scherper. Als het goed gaat beloont u uw hond met uw stem
uitbundig, maar kijk wel uit dat hij daar niet te
enthousiast van wordt en bijvoorbeeld tegen u op gaat
springen.
Gaat dit alles goed,
dan mag u naar een rustig fietspad waar af en toe wat
mensen komen. Gaat dit ook goed, dan kunt u een rustige
openbare weg gaan proberen. Voer het langzaam op. Blijkt
dat uw hond daar nog niet aan toe was en wordt hij nerveus
of angstig, ga dan rustig een paar stapjes terug en bouw
het geheel nog wat langzamer op. Het kost iets meer tijd
maar op de lange duur heeft u er wel veel profijt van. U
heeft dan een hond die overal aan gewend is en van een
knetterende brommer niet op of om kijkt.

Het opbouwen van de
conditie.
Een goed getrainde hond kan best een behoorlijke afstand afleggen. Maar een hond waar voor het eerst mee gefietst wordt, zal eerst langzaam naar die afstanden toe moeten werken. Begint u voorzichtig met 5 minuutjes fietsen. In het begin is alles nog nieuw en dat kost hem ook veel van zijn energie. Dit kunt u makkelijk 3 keer per week doen. Dit kan langzaam worden opgebouwd tot u uiteindelijk maximaal 20 kilometer met uw hond kunt fietsen. Ik heb zelf een Tollertje waar ik regelmatig mee ga fietsen. Als wij dan na 16 kilometer gefietst te hebben thuis komen stort ik neer op de bank, maar dan komt zij nog doodleuk met een balletje aanzetten: ‘zullen we spelen?’. Gaat u echter lange stukken fietsen, dan moet u wel hier en daar een rustpauze inlassen. Controleer tijdens die pauzes of zijn voetzooltjes en nagels nog heel zijn en geef uw hond wat te drinken. Met een hond waarvan de voetzooltjes (bijna) door zijn, fietst u natuurlijk niet verder.
Onderstaand geef ik u
een voorbeeld van een opbouw van de conditie van uw hond
(en misschien ook van u zelf). U kunt ook uw dierenarts
vragen om een schema.
| Week 1 | 3 x 6 km. fietsen |
na 3 km.
15 minuten rusten |
| Week 2 | 3 x 7 km. fietsen |
na 4 km.
15 minuten rusten |
| Week 3 | 3 x 7 km. fietsen | na 4 km. 15 minuten rusten |
| Week 4 | 3 x 8 km. fietsen | na 4 km. 15 minuten rusten |
| Week 5 | 3x 10 km. fietsen | na 6 km. 15 minuten rusten |
| Week 6 | 3 x 10 km. fietsen | na 6 km. 15 minuten rusten |
| Week 7 | 2 x 13 km. fietsen | na 7 km. 20 minuten rusten |
| Week 8 | 2 x 13 km. fietsen | na 7 km. 20 minuten rusten |
| Week 9 |
1 x 15 km. fietsen 1 x 10 km. fietsen |
na 7 km.
20 minuten rusten na 12 km. 20 minuten rusten na 6 km. 20 minuten rusten |
| Week 10 | 1 x 15 km. fietsen |
na 7 km.
20 minuten rusten na 12 km. 20 minuten rusten |
U ziet dat u in 10
weken tijd uw Toller in een prima conditie kunt krijgen.
Fiets wel steeds over verschillende wegdekken (asfalt,
straatstenen, tegels, enzovoorts). Lopen naast de fiets is
niet alleen goed voor zijn conditie. Voor honden met
heupdysplasie is het heel verstandig om regelmatig te gaan
fietsen (hiervoor is zwemmen ook erg goed). De voortgaande
beweging zorgt voor meer bespiering in de achterhand. Deze
bespiering van de achterhand duwt het heupgewricht als het
ware in elkaar, waardoor dit beter gaat functioneren. Doe
dit natuurlijk dan wel in overleg met uw dierenarts en
stel met hem/haar een eigen trainingsschema op.
Houd er ook rekening
mee dat naarmate de conditie van uw Toller toeneemt, ook
zijn behoefte aan beweging (en voedsel) toeneemt. Het is
niet verstandig om met uw hond te gaan fietsen als de
buitentemperatuur boven de 20 tot 22° uitkomt. Ook moet u
uw hond van tevoren goed uitlaten. Het is heel lastig als
uw hond plotseling vol in de remmen gaat omdat hij zijn
behoefte moet doen. Let ook goed op voor overdrijving. Uw
hond geeft zelf niet snel aan dat hij moe is, maar dan is
het meestal al te laat om nog naar huis te kunnen fietsen.
Er zit dan niets anders op dan een zeer uitgebreide
rustpauze van zeker een uur te nemen en de terugweg heel
langzaam te doen.
Het is in Nederland
verboden om met 2 honden tegelijk naast de fiets te lopen.
Is uw hond erg onstuimig of heeft u handremmen, dan is een zogenaamde Springer misschien voor u een oplossing. De Springer is een beugel, voorzien van een sterke veer, die naast het achterwiel van een fiets gemonteerd kan worden. Het bijgeleverde lijntje kunt u aan de halsband of het fietstuigje van de hond bevestigen en dan kunt u fietsen zonder uw handen van het stuur te hoeven halen. Eventuele rukbewegingen van de hond worden door de veer opgevangen en de hond kan nooit te ver naar voren lopen. In België is het overigens verboden om te fietsen met één hand aan het stuur. De politie deelt er flinke boetes voor uit. Juist als u in België woont of als u van plan bent daar te gaan fietsen, is het handig om uw hond meteen al aan een Springer te wennen.
Bron: Boek, De Nova Scotia Duck Tolling Retriever, Beeld van een bijzonder ras, Door: J. Gieskens
Voor
langere wandelingen is een draagzak ideaal
